Btw bij verkopen naar het buitenland: de drie situaties

· Joost Bakker, Register Belastingadviseur, partner

#Kennisbank

Bijgewerkt 5 februari 2026 door Joost Bakker

Deel 1

Aan een bedrijf binnen de EU

U rekent 0 procent btw en verlegt de heffing naar uw klant. Op de factuur zet u het btw-identificatienummer van uw klant en de vermelding dat de btw is verlegd. U controleert dat nummer in het VIES-register van de Europese Commissie en u bewaart het bewijs van die controle.

De levering geeft u op in uw btw-aangifte en daarnaast in de Opgaaf intracommunautaire prestaties, de ICP. Die twee moeten op elkaar aansluiten; doen ze dat niet, dan volgt vrijwel altijd een brief.

Deel 2

Aan een particulier binnen de EU

Hier geldt de drempel van € 10.000 per jaar, opgeteld over alle EU-landen samen. Blijft u eronder, dan rekent u gewoon Nederlandse btw. Komt u erboven, dan rekent u vanaf dat moment het btw-tarief van het land waar uw klant woont.

U hoeft zich daarvoor niet in elk land te registreren. Via de Unieregeling van de One Stop Shop doet u één aangifte per kwartaal bij de Nederlandse Belastingdienst, die het geld doorstuurt. Aanmelden moet vóór het kwartaal waarin u de regeling wilt toepassen.

De drempel wordt in de praktijk vaak halverwege het jaar ongemerkt gepasseerd. Bij een webshop is dat de meest voorkomende fout die we tegenkomen, en corrigeren achteraf kan wel maar kost een veelvoud van vooraf opletten.

Deel 3

Buiten de EU

Export naar een land buiten de EU is belast tegen 0 procent, ongeacht of uw klant een bedrijf of een particulier is. De voorwaarde is dat u kunt aantonen dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten: de uitvoeraangifte, de vrachtbrief, de bevestiging van de vervoerder.

Dat bewijs is geen formaliteit. Kunt u het niet leveren, dan wordt de levering alsnog belast met Nederlandse btw en komt die voor uw rekening, want naheffen bij een klant in een ander werelddeel gaat u niet lukken.

Deel 4

Diensten liggen anders

Alles hierboven gaat over goederen. Voor diensten gelden eigen regels, waarbij de hoofdregel is dat een dienst aan een ondernemer belast is in het land van de afnemer en een dienst aan een particulier in het land van de dienstverlener. Op die hoofdregel bestaan uitzonderingen voor onder meer onroerend goed, vervoer, en digitale diensten.

Digitale diensten aan particulieren in de EU vallen onder dezelfde drempel van € 10.000 als goederen, en tellen daar ook in mee. Verkoopt u zowel producten als een online cursus, dan is het de som van beide die de drempel bepaalt. In de praktijk wordt dat bijna altijd apart geteld en dan klopt de telling niet.

Bijgewerkt voor het belastingjaar 2026. Drempelbedragen en tarieven wijzigen; bel voordat u een nieuwe markt aansnijdt.

Geldt dit ook voor u?

De bedragen hierboven gelden voor het belastingjaar dat erbij staat. Bel als u wilt weten wat het in uw situatie betekent.